Cystoteris fragilis, uit González-Fragoso (1925a): urediniosporen

Cystoteris fragilis, from González-Fragoso (1925a): urediniospores
Hyalopsora polypodii
gal: alleen uredinia en telia bekend. Uredinia aan beide zijden, kleine wratjes, aanvankelijk bedekt door epidermis en peridium, uiteindelijk naakt, vers heldergeel. Sporen rond tot peervormig, met een grote variatie in dikte en besteling van de wand. Telia onderzijdig, (geel)bruin; de teliosporen worden, in groepjes van 2-7, gevormd in de epidermiscellen van de waardplant.
gall: only uredinia and telia are known. Uredinia amphigenous, small pustules, initially covered by the epidermis and peridium later naked, fresh golden yellow. Telia hypophyllous, yellowish brown; the teliospores are formed within the epidermal cells of the hostplant, in groups of 2-7.
waardplanten: Woodsiaceae, monofaag?
hostplants: Woodsiaceae, monophagous?
Cystopteris fragilis & subsp. alpina, montana.
predatoren: Mycodiplosis buhri.
predators: Mycodiplosis buhri.
opmerkingen: spermogonia en aecia zijn niet bekend, maar worden vermnoedelijk gevormd op Abies (Klenke & Scholler).
notes: the spermogonia and aecia of this species are unknown; it is expected that they develop on Abies (Klenke & Scholler).
literatuur:
references:
Brandenburger (1985a: 6), Gäumann (1959a), Gjaerum (1986a), González-Fragoso (1925a), Henderson (2000a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Ludwig (1974a), McTaggart, Geering & Shivas (2014a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Poelt (1986a), Poelt & Zwetko (1997a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Schmid-Heckel (1985a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Termorshuizen & Swertz (2011a) Tóth (1994a), Unamuno (1941b), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).
12/05/2017