gal: zie Melampsora epitea.
gall: see Melampsora epitea.
spermogonia, aecia: Grossulariaceae, monofaag
spermogonia, aecia: Grossulariaceae, monofaag
Ribes alpinum, aureum, nigrum, rubrum, sanguineum, uva-crispa.
gal: uredinia heldergeel, kussenvormig, onderzijdig, op vergeelde bladvlekken. Tussen sporen staan dunne paraphysen met een gelijkmatig dikke wand en met een duidelijke knop. Sporen ø 14-18 µm, wand-dikte 3-4 µm. Telia meestal onderzijdig,subepidermaal, bruinig.
gall: uredinia bright yellow, hypophyllous, pulvinate, on yellowed leaf spots. Between the spores thin paraphyses with an even wall-thickness, and a well-differentiated head. Spores ø 14-18 µm, wall thickness 3-4 µm. Telia usually hypophyllous, subepidermal, brownish.
uredinia, telia: Salicaceae, nauw monofaag
uredinia, telia: Salicaceae, narrowly monophagous
Salix appendiculata, arbuscula, aurita, caprea, cinerea.
Klenke & Scholler noemen daarenboven S. elaeagnos, foetida, myrsinifolia.
Klenke & Scholler additionally mention S. elaeagnos, foetida, myrsinifolia.
synoniemen: wordt door sommige auteurs beschouwd as onderdeel van éé veelvormige soort met aecia op allerlei planten en uredinia en telia op wilg: Melampsora epitea.
synonyms: conceived by some authors as component of one complex species with aecia on a wide range of hosts, and uredinia and telia on Salix: Melampsora epitea.
literatuur:
references:
Brandenburger (1985a: 45, 219), Buhr (1965a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Schmid-Heckel (1985a). Termorshuizen & Swertz (2011a).
29/12/2016