gal: Niet bekend.
gall: unknown.
gal: uredinia onderzijdig, groen, puistvormig, bedekt met een bruine epidermis waarin een opening ontstaat; sporen kort knotsvormig, verwijderd bestekeld, op een korte plompe steel. De uredinia zijn rijp in het najaar en in de winter en produceren, vooral bij vochtig weer, een witte sporen-massa. Telia op de onderzijde van bruine delen van het overwinterde blad. De sporen worden gevormd in de epidermis-cellen; ze zijn onregelmatig van vorm, dunwandig, 1- tot 15-cellig.
gall: uredinia hgreen, ypophyllous, pustulate, covered with a brown epidermis, in which a pare develops; spores short clubshaped, remotely spinulose, on a short, plump pedicel. The uredinia ripen in late autumn and winter, releasing a whte mass of spores, especially in damp weahter. Telia at the underside of brown parts of the hibernated fronds. The spores are formed in the epidermis cells; they are irregular in shape, thin-walled, 1-15-celled.
uredinia, telia: Aspleniaceae, nauw monofaag
uredinia, telia: Aspleniaceae, narrowly monophagous
Asplenium ruta-muraria.
synoniemen: Milesia murariae.
synonyms: Milesia murariae.
literatuur:
references:
Brandenburger (1985a: 5), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt (1986a), Poelt & Zwetko (1997a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).
25/04/2017