gal: Geen waardwisseling; alleen uredinia en telia. Uredinia geel, beiderzijdig, indien langwerpig dan loodrecht op de nervatuur, openend met een spleet. Telia zwart, zeer klein, vaak gecompartimenteerd door stroken goudkleurige paraphysen. Sporen eencellig, glad; steel 45 µm.
gall: No host lant alternation; only uredinia en telia. Uredinia yellowish, amphigenous, when elongate then perpendicular to the venation, opening by a slit. Telia black, minute, often compartimentalised by zones of golden paraphyses. Spores one-celled, smooth; pedicel 45 µm.
literatuur:
references:
Henderson (2000a, 2004a), Klenke & Scholler (2015a), Spooner & Butterfill (1999a), Termorshuizen & Swertz (2011a).
08/01/2017