Calycomyza artemisiae (Kaltenbach, 1856)

Diptera, Agromyzidae

Artemisia vulgaris, Nieuwendam

Calycomyza artemisiae: mine on Artemisia vulgaris

Artemisia vulgaris, Nieuwendam

Eupatorium cannabinum, Flevoland, Reve-Abbertbos © Hans Jonkman

Calycomyza artemisiae: mine on Eupatorium cannabinum

Eupatorium cannabinum, Flevoland, Reve-Abbertbos © Hans Jonkman

mijn Een kenmerkend bleekwittige, bijna altijd bovenzijdige primaire blaasmijn; van de aanvankelijke begingang is bij de complete mijn niets meer te zien. De mijn is zeer ondoorzichtig: zonder de mijn te openen is niet te zien of er een larve in zit. Ook vraatlijnen zijn niet zichtbaar. In tegenstelling to andere blaasmijnen die hier kunnen optreden zijn Claycomyza mijnen volstrekt vlak. Verpopping buiten de mijn.

mine A chacteristically pale whitish, usually upper-surface, qprimary blotch. THere is an initial corridor, but traces of it are almost always overrun by the later blotch. The mine is quite opaque; only by opening it can it be ascertained if the mine still is occupied. No feeding lines are apparent. Unlike other blotch mines thay may occur here, Calycomyza mines are totally flat. Popation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Achillea; Artemisia absinthium, vulgaris; Eupatorium cannabinum, chinense.

Artemisia is de belangrijkste waardplant.

Artemisia is the most important hostplant.

fenologie Vanaf midden juni tot in de herfst zeer gewoon.

phenology Mines quite common from mid June till autumn.

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis, verscheidene vindplaatsen).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX recorded (Ellis, several localities).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Itakliië, en van Engeland tot de Baltische Staten en Hongarijë (Fauna Europaea, 2007); ook Bulgarijë (Buhr (1941b).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula and Italy, and from the UK to the Baltic States and Hungary (Fauna Europaea, 2007); also Bulgaria (Buhr, 1941b).

synoniemen Dizygomyza, Phytobia artemisiae; Agromyza atripes Zetterstedt, 1860; Calycomyza marcida Spencer, 1969.

synonyms Dizygomyza, Phytobia artemisiae; Agromyza atripes Zetterstedt, 1860; Calycomyza marcida Spencer, 1969.

opmerkingen Buhr (1964a) schrijft dat in Duitsland bij Eupatorium de mijnen vaak voor een belangrijk deel onderzijdig zijn. Ook in Nederland is dat het geval. Ook zijn de mijnen op Eupatorium groter, wat wel zal samenhangen dat de bladeren van deze plant dunner zijn dan die van Artemisia.

notes Buhr (1964a) writes that in Germany a large fraction of the mines on Eupatorium are lower-surface. This applies to the Netherlands as well. Also the Euaptorium mines are generally larger, probably because the leaves in this plant are thinner than in Artemisia.

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1955a, 1970a, 1979a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1942a, 1964a), Černý (2001a, 2007a, 2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Drăghia (1968a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a), Hartig (1939a), Hering (1930a, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1982b, 1990a), Robbins (1991a), Sasakawa (1961a, 1997b), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Starý (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a, 1970a).

21/01/2017