mijn Onderzijdig cirkelrond blaasmijntje, ca 5 mm in diameter, meestal een aantal bijeen. Bovenzijde wrachtig, sterk rood verkleurd, ondoorzichtig. Aan de onderzijde is de mijn alleen door de epidermis afgesloten; de larve is duidelijk zichtbaar, evenals zijn voedsel: druppsels sap dat de mijn binnensijpelt. Verpopping in de grond.
mine Circular, lower-surface blotch, about 5 mm in diameter, usually a number together on a leaf. Upper surface wart-like, strongly reddish discoloured, opaque. At the lower surface the mine is closed only by the epidermis. The larva is easily visible, as is its food: drops of cell sap that oozes into the mine. Pupation in the soil.
waardplanten: Asteraceae, monofaag
hostplants: Asteraceae, monophagous
Leontodon autumnalis, hispidus subsp. danubialis.
fenologie Larven vanaf juni (Hering, 1957a), twee of meer generaties per jaar (Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen, 2006a).
phenology Larvae from June on (Hering, 1957a), two,or more generations per year (Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen, 2006a).
BENELUX
Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).
BENELUX
Not known from the Benelux countries
verspreiding binnen Europa Van Polen tot de Pyreneeën, en van Engeland tot Italië (Fauna Europaea, 2007).
distribution within Europe From Poland to the Pyrenees, and from the UK to Italy (Fauna Europaea, 2007).
larve Roodachtig-geel (Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen, 2006a).
larva Reddisch-yellow (Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen, 2006a).
opmerkingen De biologie van Cystiphora-soorten vormt een overgang tussen de minerende en galvormende levenswijze.
notes The biology of Cystiphora species forms a transition between the mining and galling ways of life.
literatuur
references
Hering (1957a), Maček (2002a), Meyer & Jaschhof (1999a), Robbins (1991a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a).
27/02/2012