mijn Lange slanke, bleekgroene, later verbruinde, bovenzijdige gangmijn met parallele wanden. De gang is weinig gewonden of vertakt. Frass in gaandeweg grovere korrels. Voor de verpopping verlaat de larve de mijn via een boogsnede in de onderepidermis (Hering, 1967a) of bovenzijdig (Pakalniškis, 2004a).
mine Long upper-surface, parallel-sided corridor, pale green, later browned. The corridor is little contorted and hardly branching. Frass in gradually coarser grains. Pupation outside the mine; exit slit in lower epidermis (Hering, 1957a) or upper epidermis (Pakalniškis, 2004a).
fenologie Larven in mei-juli, augustus-september (Hering, 1957a).
phenology Larvae in May-July and August-September (Hering, 1957a).
BENELUX
BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).
NE waargenomen (de Meijere, 1924a, als nigritella).
LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).
BENELUX
BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).
NE recorded (de Meijere, 1924a, als nigritella).
LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).
verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot de Pyreneeën en Tsjechië, en van Ierland tot Litouwen en Polen (Fauna Europaea, 2008).
distribution within Europe From Scandinavia and Finland to the Pyrenees and Czechia, and from Ireland to Lithuania and Poland (Fauna Europaea, 2008).
larve Beschreven door de Meijere (1926a, als nigritella); opmerkelijk zijn de achterspiracula, die gegaffeld zijn met twee zeer lange takken.
larva Described by de Meijere (1926a, as nigritella); rear spiraculum strikingly large, bifid, with two long arms.
puparium De achterspiracula worden afgebeeld door Spencer (1990a).
puparium The rear spiracula are illustrated by Spencer (1990a).
synoniemen Phytomyza nigritella: auct.
synonyms Phytomyza nigritella: auct.
opmerkingen Mijnen vooral in de bovenste bladeren.
notes Mines mainly in the upper leaves.
literatuur
references
Ahr (1966a), Beiger (1965a, 1970a, 1979a), Beuk (2002a), Bland (1994b), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a), Dreger & Myssura (2005a), Haase (1942a), Hering (1931a, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1926a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (2004a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1954a, 1972a, 1976a, 1990a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a).
13/04/2012