Phytomyza ilicis Curtis, 1846

Diptera, Agromyzidae

Ilex aquifolium, Nieuwendam

8775_1

Ilex aquifolium, Nieuwendam

Ilex aquifolium, Nieuwendam: heel jonge mijnen (10 december)

18208

Ilex aquifolium, Nieuwendam: very young mines (December 10th)

ovipositie-littekens, bladonderzijde

8775_2

oviposition scars, leaf underside

drie mijnen, al in het puparium-stadium, met een onderzijdig deel; de middelste met vogelpredatie

three mines, already in the puparium phase, with a lower-surface part; the middle one hit by bird predation.

mijn Ovipositie, in mei-juni, in de onderzijde van bladsteel of hoofdnerf van het jonge blad, laat een duidelijk litteken achter. De larve tunnelt in de loop van de komende maanden in de hoofdnerf, in de richting van de bladtop. In december-januari gaat de larve de bladschijf in, en volgt de eerste vervelling. Vervolgens begint de larva aan een blaasmijn in de bladschijf. Deze is interparenchymaal, in de middenste laag van het (drielagige) palissadeparenchym. De meeste frass is geconcentreerd in het centrum van de mijn; op deze plek kleurt de epidermis meestal wijnrood. Vaak daalt de larve, kort voor de verpopping af in de bovenste delen van het sponsparenchym, en maakt daar een tweede blaas. Die is gewoonlijk heel groot, maar moeilijk waarneembaar omdat er geen enkele verkleuring optreedt. Verpopping in de mijn, bovenzijdig, maar onderzijdig als er een tweede blaas was gevormd. De voorspiracula steken door de epidermis naar buiten.

mine Oviposition, in May-June, in the underside of the petiole or midrib of a young leaf, leaves a clear scar. In the course of the following months the larva tunnels in the midrib in the direction of the leaf tip. Only in December-January it enters the leaf blade, where the fist moult takes place. The larve then makes an interparenchymatous blotch in the blade, in the middle layer of the (three cell layers thick) palissade parenchyma. Most frass is deposited in the centre of the blotch; here the epidermis often turns wine red. Often tha larva, not long before pupation, descends into the upper layers of the sponge parenchyma, and makes a large blotch there. This second mine, despite its size, is quite inconspicuous because there is no discolouration whatever. Pupation is within the mine, upper-surface, but lower-surface when a second blotch has been made. The front spiracula penetrate the epidermis.

waardplanten: Aquifoliaceae, monofaag

hostplants: Aquifoliaceae, monophagous

Ilex aquifolium.

fenologie Larven in de blaasmijn van december tot mei.

phenology Larvae in the blotch mine from December till about May.

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Frankrijk en Italië, en van Ierland tot Polen (Fauna Europaea, 2007). Hongarijke (Csóka, 2003a).

distribution within Europe From Scandinavia to France and Italy, and from Ireland to Poland (Fauna Europaea, 2007). Hongarijke (Csóka, 2003a).

synoniemen Phytomyza aquifolii Goureau, 1851.

synonyms Phytomyza aquifolii Goureau, 1851.

opmerkingen Zeer gewoon, in tuinen en parken (waar de hulstbladeren gewoonlijk wat dikker zijn) nog talrijker dan in de natuur.

Meer dan enige andere mineerder is Ph. ilicis regelmatig slachtoffer van predatie door vogels. Zie verder voor de biologie van deze fascinerende mineerder Miall & Taylor (1907a) en Ellis (2000a).

Op de onderstaande © zijn twee normale mijnen te zien (beide overigens ten prooi gevallen aan vogelpredatie), en een gangmijn. Die is gemaakt door een ilicis-larve die, na het verlaten van de hoofdnerf, er niet in is geslaagd om tijdig een blaasmijn te maken. De gang die hij maakte werd in hoog tempo gevuld met wondweefsel, en uiteindelijk is de larve door een overmaat aan wondweefsel doodgedrukt.

notes Very common, but in parks and gardens (where the Holly leaves tend to be thicker) much more frequent than in nature.

More than any other leaf miner Ph. ilicis falls victim to bird predation. See for the biology of this fascinating miner Miall & Taylor (1907a) and Ellis (2000a).

The picture below shows normal mines (both have fallen victim to bird predation) and a corridor. The latter is made by an ilicis larva that, upon leaving the midrib, didn't manage to produce a blotch in time. His corridor has swiftly been chocked by callus tissue, and in the end the larva has been squeezed to death by the callus.

Ilex aquifolium, Santpoord-Noord

Phytomyza ilicis

Ilex aquifolium, Santpoord-Noord

Ilex aquifolium, Nieuwendam; heel zelden lukt het de larve om vanuit de dodelijk gang toch weer een blaas te vormen, zoals hier in de mijn rechtsboven.

Ilex aquifolium, Nieuwendam; very rarely the larva manages to make a blotch from the deadly gallery, like in the mine to the top right.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a), Černý & Merz (2007a), Csóka (2003a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Dempewolf (2001a), Ellis (2000a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1955b, 1957a), Jeanneau (1972a), Kabos (1971a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1926a, 1939a), Miall & Taylor (1907a), Niblett (1956a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Skala (1941a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1971a, 1972a, 1976a), Spooner & Bowdrey (2012a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1970a).

06/05/2014