Alle Hymenoptera die in onze streken minerend optreden behoren tot de onderorde van de Symphyta (bladwespen). Deze groep is gekenmerkt door het feit dat de larven planteneters zijn, en dat bij de volwassen dieren het borststuk breed vergroeid is met het achterlijf. De larven van bladwespen worden wel bastaardrupsen genoemd, omdat ze een sterke gelijkenis met (vlinder-)rupsen hebben. Een verschil dat ook bij de meeste minerende larven opgaat is dat bij bladwesplarven er een duidelijke insnoering bestaat tussen kop en het eerste segment van het borststuk. Bij 'echte' rupsen is de kop min of meer ingezonken in het eerste borstsegment.
Binnen de bladwespen hebben we te maken met de familie Blasticotomidae, met slechts 1 geslacht met 1 soort, en de veel soortenrijker familie van de Tenthredinidae.
All mining Hymenoptera in our part of the world belong to the suborder Symphyta (sawflies). This group is characterised by the fact that the larvae are phytophagous and that in the imago the thorax and abdomen are fused broadly. The larvae of sawflies bear a strong resemblance to Lepidoptera larvae (caterpillars). They can mostly be discriminated because sawfly larvae tend to have a clear 'neck' between head and prothorax; in the 'real' caterpillars the head mostly is withdrawn to some degree inside the prothorax.
Within the sawflies we have to do with the family Blasticotomidae, with only one genus with one species, and the much more speciose family of the Tenthredinidae.
Fenusella wuestnei op katwilg
![]() |
Fenusella wuestnei on Osier
modif. 11.ix.2007