Een enorme familie, met alleen in Europa meer dan 900 soorten (Parenti, 2001a). Nogal wat larven leven in opgerolde bladeren, wat de familie de naam bladrollers heeft opgeleverd. Slechts een klein aantal soorten heeft minerende larven. Ze zijn niet erg aangepast aan de minerende levenswijze: de mijnen hebben geen zeer welomschreven vorm, en de larven mineren meestal ook slechts het eerste deel van hun leven. Ook zijn ze de meeste soorten polyphaag. Belangrijke bronnen omtrent de larven zijn Brown (1987a) en Swatschek (1958a). Tortriciden-larven hebben 4 paar abdominale buikpoten.
A huge family with over 900 species in Europe alone (Parenti, 2001a). Only a few of them have mining larvae. They are not well adapted to the mining habit: the mines have no well-defined shape, and generally the larvae mine only during the first few instars, to become free-living later. Also most species are polyphagous. Important sources about the larvae are Brown (1987a) and Swatschek (1958a). Larvae of Tortricidae have 4 pairs of abdominal prolegs.
03/07/2010