Agonopterix ferocella (Chrétien, 1910)

Lepidoptera, Depressariidae

mijn Jonge larven maken een voldiepe blaasmijn in het topdeel van het blad. Ouder larven leven vrij aan de bldonderzijde, en veroorzaken daar venstervraat. De viltige beharing van de blad-onderzijde blijft daarbij onverlet, zodat de larve toch in een pseudo-mijn verblijft, tussen de bovenepidermis en onderbeharing.

mine Young larvae make a full depth blotch in the apical part of the leaf. Older larvae live free at the underside of the leaf, causing window feeding. While feeding they leave the dense hair cover of the underside intact, and in doing so in fact live in a pseudomine, between the upper epidermis and the hair cover.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Cirsium ferox; Echinops.

fenologie Larven in juni, juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June, July (Hering, 1957a).

verspreiding binnen Europa Zuid-Frankrijk, Italie; Ukraïne, Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Southern France, Italy; Ukraine, South Russia (Fauna Europaea, 2010).

larve Lichaam zonder donkere lengtelijnen; anale plaat wittig (Hering, 1957a).

larva Body without dark length lines; anal plate whitish (Hering, 1957a).

literatuur

references

Lhomme (1934a), Hering (1957a).

modif. 30.iv.2010