mijn Voldiepe, ietwat opgebolde en geplooide mijn met verspreide frass. Verpopping buiten de mijn.
mine Full depth, somewhat inflated and puckered mine with scattered frass. Pupation outside the mine.
waardplanten: Caprifoliacae, monofaag
hostplants: Caprifoliaceae, monophagous
Lonicera periclymenum, sp.
fenologie Larven in juni-juli (Hering, 1957a).
phenology Larvae in June - July (Hering, 1957a).
BENELUX
BE waargenomen (Phegea, 2009).
NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).
LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).
BENELUX
BE recorded (Phegea, 2009).
NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).
LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).
verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finand tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Griekenland, en van Ierland tot Rusland (Fauna Europaea, 2009).
distribution within Europe From Scandinavia and Finland to the Iberian Peninsula, Italy, and Greece, and from Ireland to Russia (Fauna Europaea, 2009).
opmerkingen Gewoonlijk vreten de larven van deze soort aan knoppen en bloemen. Ze doen dit door een gaatje in een knop te buiten, zich naar binnen te werken en dan de knop van binnenuit leeg te vreten. Kennelijk is dat de route waarlangs ze een enkele maal ook tot mineren komen.
notes Usually the larvae feed on flowers and flower buds. To this end they bite a hole in a bud to enter, then devour the bud from the inside. Apparently this habit enables them to sometimes assume a leafminers habit.
literatuur
references
Csóka (2003a), Hart (2011a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Robbins (1991a), Szőcs (1977a).
24/02/2012