Aricia agestis (Denis & Schiffermüller, 1775)

Lepidoptera, Lycaenidae

mijn Jonge larven van de voorjaarsgeneratie leven vrij onder de bladeren. Ze bijten slordige gaten in de onderepidermis, waarna ze zover ze vanuit het gat reiken kunnen het bladparenchym weggrazen. Het resultaat is een aantal kleine vlekmijntjes, uiteraard zonder frass, met onregelmatig gevormde openingen. Grotere larven kunnen op deze manier niet eten, ook ook bij larven van de zomergeneratie (in juli) treedt dit gedrag niet op.

mine Young larvae of the spring generation live free under the leaves. They bite a hole in the lower epidermis, then graze away as much parenchyma as they can reach from there. The end result is a number of small fleck mines, obviously without frass, and with irregular openings. Large larvae cannot live in this way, and also the larvae of the summer (July) generation do not show this behaviour.

waardplanten: Cistaceae, Geraniaeae; nauw polyfaag.

hostplants: Cistaceae, Geraniaceae; narrowly polyphgous

Erodium cicutarium; Geranium molle; Helianthemum nummularium.

fenologie Minerende larven in april-mei (Hering, 1957a).

phenology Mining larvae in April - May (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Vlindernet.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Vlindernet.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Vrijwel heel Europa, uitgezonderd Ierland en het Iberisch Schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Almost all Europe, except Ireland and the Iberian Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Lycaena astrarche, Bergsträsser, 1779; Plebejus agestis.

synonyms Lycaena astrarche, Bergsträsser, 1779; Plebejus agestis.

literatuur

references

Buhr (1935b), Hering (1957a, 1964a), Kuchlein & de Vos (1999a), Robbins (1991a), Skala (1948a), Szőcs (1977a).

29/02/2012