Blastobasis vittata (Wollaston, 1858)

Lepidoptera, Blastobasidae

mijn De jonge larven leven een enkele maal kortstondig als mineerder (Hering,1957a). Later leven ze vrij, meestal van levend of dood plantaardig materiaal, waaronder afgevallen naalden.

mine Occasionally young larvae may live for a while as miners. Generally hey live free, mostly on living or dead vegetable matter, like fallen leaves.

waardplanten: Polyfaag

hostplants: Polyphagous

Taxus baccata.

Taxus, en naaldenstrooisel daarvan, is misschien het meest voorkomende dieet. Hering (1957a) noemt de soort van Picea.

Yew, and its litter, possibly is the preferred pabulum. Hering (1957a) relates the species to Picea.

fenologie Imagines van midden juli tot september; overwintering als pop, soms tweemaal.

phenology Adults from mid-July till September; hibernation (sometimes twice) as pupa.

verspreiding binnen Europa Waarschijnlijk van oorsprong een soort uit Madeira. Rond het begin van de 20e eeuw in Engeland binnengekomen; niet bekend uit het vasteland van Europa (Dickson, 2002a).

distribution within Europe British Islands, probably introduced there early in the 20th century from Madeira; not known from the European mainland (Dickson, 2002a).

larve Beschreven door Dickson (2002a).

larva Described by Dickson (2002a).

synoniemen Blastobasis lignea Walsingham, 1894.

synonyms Blastobasis lignea Walsingham, 1894.

literatuur

references

Aggassiz (2004a), Aguiar & Karsholt (2006a), Dickson (2002a), Hering (1957a), Robbins (1991a).

25/02/2011