Betula pubescens, Duin en Kruidberg

Betula pubescens, Duin en Kruidberg
mijn De mijn begint bij een ovaal, onderzijdig ei. Van daar een voldiep kort gangmijntje, vaak langs de hoofdnerf of een dikke zijnerf. Het grootste deel van de mijn met een brede frasslijn. De larve verlaat al vrij spoedig de mijn, en vreet dan vensters, later gaten in de bladeren. De frass-loze ruimte in de mijn waar de larve heeft gezeten (de larvekamer) is meer dan driemaal zo lang als breed.
mine The mine begins at an oval, lower-surface egg. Here begikns a short, full depth corridor, often along the midrib or a thick vein. Most of the mine with a thick frass line. The larva soon leaves the mine, and starts causing window-feeding, later earing holes in the leaf. The larval chamber (the space occuped by the larve, while in the mine, obviously free of frass) is more than three times as long as wide.
waardplanten: Betulaceae, oligofaag
hostplants: Betulaceae, oligophagous
Betula nana, pendula, pubescens; Corylus avellana. Biesenbaum (2010a) noemt nog Castanea sativa, maar zonder bronvermelding.
In de Benelux hoofdzakelijk (uitsluitend?) op berk. Biesenbaum (2010a) additionally mentions Castanea sativa; no source is given.
In the Benelux mainly (exclusively?) on Birch.
fenologie Larven gevonden in juni-juli.
phenology Larvae found in June - July.
BENELUX
BE waargenomen (Phegea, 2009).
NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).
LUX waargenomen (Ellis: Dedelange).
BENELUX
BE recorded (Phegea, 2009).
NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).
LUX recorded (Ellis: Dedelange).
verspreiding binnen Europa Europa, uitgezonderd het Iberisch Schiereiland, delen van het Balkan-Schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009).
distribution within Europe Europe, except the Iberian Peninsula, parts pf the Balkan Peninsula, and the Mediterranean Islands (Fauna Europaea, 2009).
larve De minerende larve is lichtgeel met donkerder kop (de vrijlevende larve is grijsgroen).
larva The mining larva is pale yellow with a darker head (the free living larva is grey green).
pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).
pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).
Jonge mijntjes van de gewone Rhamphus pulicarius kunnen bedriegeliijk lijken op demaryella-mijnen, vooral wanneer ze, zoals nogal eens voorkomt, in een nerfoksel liggen. Rhamphus-mijntjes hebben echter nooit een gaatje omdat de larve in de mijn blijft. Hieronder een paar foto's van de dubbelganger:
Young mines of the common Rhamphus pulicarius may deceivingly resemble demaryella mines, especially when they are situated in a vein axil, as often is the case. Rhamphus mines never have an exit hole, because the larva remains in the mine. Below a few pictures of the look-alike:
Rhamphus pulicarius op Betula pendula, Rheden: mijn in opvallend en doorvallend licht
Rhamphus pulicarius on Betula pendula, Rheden: mine lighted from above and from behind
Zelfde mijn, detail: een Rhamphus-mijn bevat altijd een larve.

Same minem detail: a Rhamphus mine invariably contains a larva.
literatuur
references
Ahr (1966a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Buhr (1964a), Burmann (1991a), Buszko (1987a, 1992b), Emmet (1985a), Hering (1934b, 1957a), Huemer (1986b), Huisman & Koster (1999a), Klimesch (1937b, 1950c, 1956a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Svensson (1971a), Szőcs (1977a), Tomov & Krusteva (2007a), Viramo (1962a), Zoerner (1969a, 1970a).
02/11/2011