Caloptilia laurifoliae (Hering 1927)

Lepidoptera, Gracillariidae

Laurus azorica; uit Hering (1927a)

Caloptilia laurifoliae mine

Laurus azorica; from Hering (1927a)

mijn Onder- of bovenzijdige, epidermale, gang die meestal bij de hoofdnerf begint en bij de bladrand eindigt. Daar wordt een vouwmijn gevormd, die gedeeltelijk overdekt wordt door de omkrullende bladrand. De oudere larve leeft vrij in een bladrol. Mijnen gewoonlijk in de jonge bladeren.

mine Lower- or upper-surface, epidermal, corridor that usually begins on the midrib and runs towards the leaf margin. Here a tentiform mine is made that partly is hidden under the folded leaf margin. The older larva lives free in a leaf roll. Mines usually in the young leaves.

waardplanten: Lauraceae, monofaag

hostplants: Lauraceae, monophagous

Laurus azorica.

fenologie Minerende larven in april, mei (Hering, 1957a).

phenology Mining larvae in April, May (Hering, 1957a).

verspreiding binnen Europa Canarische Eilanden, Madeira (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe Canary Islands, Madeira (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Caloptilia laurifoliella (Rebel, 1939).

synonyms Caloptilia laurifoliella (Rebel, 1939).

literatuur

references

Aguiar & Karsholt (2006a), Hering (1927a, 1957a).

16/07/2010