Coleophora albitarsella Zeller, 1849

Lepidoptera, Coleophoridae

Glechoma hederacea, België, prov. Luik, Angleur, Ourthe; © Jean-Yves Baugnée

Coleophora albitarsella cases and mines

Glechoma hederacea, Belgium, prov. Liège, Angleur, Ourthe; © Jean-Yves Baugnée

een individuele zak

Coleophora albitarsella case

an individual case

Glechoma hederacea, Diemerbos

Coleophora albitarsella

Glechoma hederacea, Diemerbos

Origanum vulgare, Denemarken, Zeeland, Bognæs; © Hans Henrik Bruun

Coleophora albitarsella case

Origanum vulgare, Denmark, Zealand, Bognæs; © Hans Henrik Bruun

zak Schedezak. Volgroeide zakken zijn slank, glanzend bruinzwart, en meten ongeveer 9 mm; aan de onder-achterkant is er een smalle, gelige doorschijnende kiel. Mondhoek 50-60°, De zakken zitten aan de bladonderzijde.

case Sheath case. The fully developed case is slender, shining black brown, about 9 mm long. Towards the end a narrow, transparant yellowish ventral keel. Mouth angle 50-60°. Cases at the leaf underside.

waardplanten: Lamiaceae, oligofaag

hostplants: Lamiaceae, oligophagous

Clinopodium vulgare; Glechoma hederacea; Lycopus europaeus; Melissa officinalis; Melittis melissophyllum; Mentha aquatica, arvensis; Nepeta cataria; Orignanum vulgare; Prunella vulgaris; Salvia pratensis, verbenaca; Satureja; Stachys, Thymus.

Michaelis (1983a) twijfelde over het voorkomen op Origanum, maar de © hierboven weerlegt dat.

Michaelis (1983a) doubted the occurrence on Origanum, but the picture above refutes that.

fenologie De larven zijn omstreeks mei volgroeid (Emmet ea, 1996a).

phenology Larvae are full grown around May (Emmet ao, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Ellis, Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Ellis, Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Vrijwel geheel Europa, maar niet bekend uit Ierland en Griekenland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Almost entire Europe, but not known from Ireland and Greece (Fauna Europaea, 2009).

opmerkingen In continentaal Europa komt de soort ook voor op Thymus (Patzak, 1974a; Szőcs, 1977a; Razowski, 1990a). Dan bestaat de kans op verwarring met de zeer zeldzame C. niveicostella, die uitsluitend op tijm leeft. Zakken zijn niet goed te onderscheiden van die van C. albitarsella; een differentierend kenmerk is dat bij de larven van niveicostella het metanotum dezelfde kleur heeft als de rest van het bleekgroene lichaam, terwijl bij albitarsella het metanotum twee ovale zwarte plaatjes heeft.

notes In continental Europe the species also lives on Thymus (Patzak, 1974a; Szőcs, 1977a; Razowski, 1990a). Then confusion may arise with the rare C. niveicostella, that is bound to thyme. Its case is indistinguishable from that of C. albitarsella. A differentiating character is that in the larvae of niveicostella the metanotum is concolorous with the remainder of the pale green body, while in albitarsella the metanotum bears two black oval sclerites.

literatuur

references

Baldizzone (1979a), Beiger (1958a, 1960a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1935a,b, 1936a), Emmet, Langmaid, Bland ao, (1996a), Hering (1921a,b, 1957a), Kasy (1987a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Lhomme (1934a), Maček (1999a), Michaelis (1983a), Michna (1975a), Nel (1992b,c), Patzak (1974a), De Prins (2010a), De Prins & Steeman (2011a), Razowski (1990a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Suire (1961a), Szőcs (1977a, 1978a), Toll (1952a, 1962a).

15/01/2013