Coleophora arctostaphyli Meder, 1934

Lepidoptera, Coleophoridae

uit Toll (1962a)

Coleophora arctostaphyli case

from Toll (1962a)

uit Kyrki & Viramo: jeugdzak en definitieve zak

Coleophora arctostaphyli:  youth case and final case

from Kyrki & Viramo: youth case and final case

stadia van de mijn; zie tekst hieronder voor verklaring

Coleophora arctostaphyli: mining stages

stages of the mine; see text below for explanaton

zak Spatelvormige bladzak, tot ca 8 mm lang, met een mondhoek van ongeveer 45°; de zak is donkergekleurd, en is zeer lastig te vinden. In de eerste zomer leeft de larve als mineerder en maakt een gang die sterk op die van een Stigmella lijkt; de larve overwintert in de mijn. In de tweede zomer wordt de mijn voortgezet; deze is dan duidelijk breder dan in het eerste jaar. Na verloop van tijd sluit de mijn aan bij de bladrand, en wordt uit een gemineerd deel van het blad een jeugdzak gesneden (a en b in de figuur). De larva maakt dan normale vlekmijnen (e, f), waaruit op zeker moment de definitieve zak wordt gesneden (c, d).

case Spatulate leaf case, about 8 mm long, with a mouth angle around 45°; its colour is quite dark, making the case difficult to find. During its first summer the larve lives as a miner, making a gallery that is difficult to distinguish from a Stigmella mine; the larve then hibernates in the mine. In the second summer the gallery is continued, but then is clearly wider than previously. After some time the gallery approaches the leaf margin, and a youth case is cut out of the last mined section (a and b in the figure above). The larva then makes normal fleck mines (e, f), out of wich a at some time the final case is cut (c, d).

waardplanten: Ericaceae, monofaag

hostplants: Ericaceae, monophagous

Arctostaphylos uva-ursi.

fenologie De larve leeft twee seizoenen. Het eerste najaar maakt hij een mijn, overwintert daarin vervolgens. In het voorjaar verbreedt en verbreedt hij de gang en snijdt daaruit een zak, gaat in zomerrust, wordt weer actief in de herfst, en overwintert een tweede maal. Dan wordt een nieuwe zak gemaakt, en is de larve volgroeid in april, mei (Emmet ea, 2009; Schotland).

phenology The larva lives two seasons. In the first autumn it lives in a mine, where also the first winter is passed. Then the gallry is widened and a case is cut out of it in which he feeds is spring, aestivates, feeds in autumn, and passes a second winter. In his second spring a new case is made, and the larva feeds actively until April, May, when it is full-grown (Emmet ao, 2009; Schotland).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Iberian Peninsula and Italy, and from Britain to Poland (Fauna Europaea, 2009).

literatuur

references

Baldizzone & Buvat (1983a), Baldizzone & van der Wolf (2000a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hering (1957a), Kyrki & Viramo (1975a), Klimesch (1950c), Patzak (1974a), Razowski (1990a), Sønderup (1949a), Toll (1962a).

08/04/2017