Coleophora niveicostella Zeller, 1839

Lepidoptera, Coleophoridae

uit Toll (1962a)

Coleophora niveicostella case

from Toll (1962a)

zak Larven in een slanke bruinzwarte, tweekleppige schedezak van 7-8 mm lang; het voorste deel is buisvormig, het achterste zijdelings samengedrukt; de mondhoek is 30°.

In feite is de zak alleen in schijn een schedezak. De larve knipt uitgemijnde blaadjes af, na de hele bladrand te hebben verwijderd, zodat de onder- en bovenkant alleen nog bij de bladbasis samenhangen. Zo'n behandeld blaadje wordt dan aan de voorzijde van het oude deel van de zak gezet, met het restant van het steeltje boven, en naar voren gericht. De resten van de steeltjes vormen een lage, dorsale kiel. Feitelijk is er dus sprake van een samengestelde bladzak. De larve brengt echter zoveel zijde aan (ook al dat de blaadjes een beetje te klein zijn om een complete buis te vormen) dat de bladresten onzichtbaar worden (Emmet ea, 1996a).

case Larva in a slender, brownish black, bivalved sheath case of 7-8 mm. The oral half is tubular, the rear part strongly laterally compressed. Mouth angle 30°.

Actually the case only looks like a sheath case. The larva cuts off mined leaves, after having removed the commplete leaf margin: what is left is an upper and a lower epidermis, connected by the stub of the petiole. Leaves treated in this way are placed in front of the old case, the stub dorsally, and pointing forwards. The stubs together form a low dorsal keel. The case in fact is a composite leaf case. However, the larve adds so much silk (also because the leaves are too small to form a complete tube) the the leaf fragments are obliterated (Emmet ea, 1996a).

waardplanten: Lamiaceae, monofaag

hostplants: Lamiaceae, monophagous

Thymus praecox, pulegioides, serpyllum.

Szőcs (1977a) noemt nog Sarothamnus; dat moet wel een verdwaald exemplaar betreffen.

Szőcs (1977a) adds Sarothamnus; that must concern a stray individual.

fenologie De larven zijn in midden juni volgroeid (Emmet ea, 1996a).

phenology Larvae are full fed in mid-June (Emmet ao, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Zweden en Letland tot Spanje, Italië en Griekenland, en van Engeland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Sweden and Latvia to Spain, Italy, and Greece, and from Britain to Romania (Fauna Europaea, 2010).

larve De zakken zijn altijd niet gemakkelijk te onderscheiden van die van de veel gewonere C. albitarsella; een differentierend kenmerk is dat bij de larven van niveicostella het metanotum dezelfde kleur heeft als de rest van het bleekgroene lichaam, terwijl bij albitarsella het metanotum twee ovale zwarte plaatjes heeft. Zie Suire (1961a) en Emmet ao (1996a) voor beschrijvingen van de larve.

larva Sometimes the cases are difficult to distinguish from those of the much more common C. albitarsella. A differential character is that the larva of niveicostella has the metanotum unicolorous with remainder of the pale greenish body, while in albitarsella the metanotum bears two oval black sclerites. See Suire (1961a) and Emmet ao (1996a) for descriptions of the larva.

opmerkingen Uitgemijnde blaadjes blijven groen en/of vallen snel af; de zakken zijn daardoor uitzonderlijk moeilijk te vinden (Emmet ea, 1996a).

notes The small mined leaves remain green and/or are dropped soon; this makes the cases extremely difficult to find (Emmet ao, 1996a).

literatuur

references

Baldizzone (1979a, 1983c, 2004a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1937a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hering (1957a), Huisman & Koster (2000a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patzak (1974a), De Prins (1998a), Razowski (1990a), Robbins (1991a), Suire (1961a), Šulcs (1996a), Szőcs (1977a), Toll (1952a, 1962a).

07/03/2011