uit Toll (1962a)

from Toll (1962a)
Coleophora sternipennella
zak Buisvormige zijden zak, 6-8 mm lang, met een mondhoek van 20-25°. De zak is ruw door zanddeeltjes, grijsgeel, met onduidelijke lengtelijnen. Volgens Hering (1957a) maakt de jonge larve een mijntje waaruit een jeugdzak wordt gemaakt, waarna nog enkele vlekmijntjes worden gemaakt. Daarna leeft de larve in de bloeiwijze van de ontwikkelende vruchten.
caseTubular silken case, 6-8 mm long, with a mouth angle of 20-25°. The case is roughened by sand particles, greyish yellow, with vague length lines. According to Hering (1957a) the young larva makes a mine, from where a youth case is cut; after which some small fleck mines are made. After that the larvae lives in the inflorescence, feeding on the developing fruits.
waardplanten: Amaranthaceae, oligofaag
hostplants: Amaranthaceae, oligophagous
fenologie Larven die bladmijnen maken leven in augustus (Hering, 1957a).
phenology Larvae that make leaf mines in August (Hering, 1957a).
BENELUX
BE waargenomen (Phegea, 2010).
NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).
LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).
BENELUX
BE recorded (Phegea, 2010).
NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).
LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).
verspreiding binnen Europa Heel Europa, met uitzondering van Griekenland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2010).
distribution within Europe All Europe, except Greece and the Meiditerranean Islands (Fauna Europaea, 2010).
synoniemen Coleophora flavaginella Lienig & Zeller, 1846.
synonyms Coleophora flavaginella Lienig & Zeller, 1846.
literatuur
references
Baldizzone (1979a, 2004a), Baldizzone, Tokár, Z & S Kovács (2004a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hering (1957a), Kasy (1965a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patzak (1974a), Razowski (1990a), Schütze (1931a), Sønderup (1949a), Suire (1961a), Toll (1952a,1962a).
06/10/2011