Cosmopterix crassicervicella Chr├ętien, 1896

Lepidoptera, Cosmopterigidae

mijn Blaasmijn die zich tot de bladtop uistrekt. Tijdens eetpauzes rust de larve in een centraal deel van de mijn, dat met zijde bekleed wordt, waardoor het blad hier is samengetrokken. Hier vindt ook de verpopping plaats.

mine Blotch that extends to the tip of the leaf. During feeding pauses the larva retreats into a central part of the mine that is lined with silk, which causes the leaf to contract here. Here also the pupation takes place.

waardplanten: Cyperaceae, monofaag

hostplants: Cyperaceae, monophagous

Cyperus.

fenologie Imagines van midden april tot midden juni, en van eind augustus tot eind october.

phenology Adults from mid-April to mid-June, and from end-August to end-October.

verspreiding binnen Europa Van Zuid-Frankrijk en Portugal tot Griekenland en Kreta (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From southern France and Portugal to Greece and Crete (Fauna Europaea, 2010).

larve Lichaam grijs tot groenig bruin, met wittige lengtelijnen; kop donkerbruin, prothoracale plaat lichtbruin met donkere rand.

larva Body grey to greenish brown, with whitish length lines; head dark brown, prothoracic plate light brown with dark margin.

literatuur

references

Hering (1957a), Koster & Sinev (2003a).

11/06/2010