Ectoedemia albibimaculella (Larsen, 1927)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn De larve maakt een slanke gang, die tenskotte de bladteel binnengaat, waarna hij uiteindelijk in een knop terechtkomt; hierin overwintert overwintert hij, waarna de knop wordt leeggegeten. Daarna boort de larve in een jonge scheut, vanwaar hij soms een blad binnen kan gaan en dat dan geheel wordt uitgemijnd. Verpopping in een donkergele cocon in de mijn.

mine The larva makes a slender gallery that eventually enters a petiole, from where it enters a bud. The larve hibernates in the bud, that is eaten out in spring. Then the larva bores in a young shoot, sometimes making an excursion into a leaf that then is completely mined out. Pupation in a dark yellow cocoon in the mine.

waardplanten: Ericaceae, monofaag

hostplants: Ericaceae, monophagous

Arctostaphylos uva-ursi.

fenologie Larven van september tot mei ? (Johansson ea, 1990a).

phenology Larvae from September till May ? (Johansson ea, 1990a).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot Italië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia to Italy (Fauna Europaea, 2009).

larve Bleekgeel, kop lichtbruin.

larva Pale yellow, head pale brown.

opmerkingen Welicht komen veel larven nooit toe aan het mineren van een blad (Johansson ea, 1990).

notes Possiby many larvae will never arrive at mining a leaf (Johansson ea, 1990).

literatuur

references

Adamczewski (1947a), Bengtsson (2008a), Hering (1957a), Johansson ao (1990a), Laštuvka & Laštuvka (1997a), van Nieukerken (1986a), Skala (1939a), Sønderup (1949a).

17/02/2011