Ectoedemia erythrogenella (de Joannis, 1908)

Lepidoptera, Nepticulidae

Rubus spec., Spanje, prov. Asturias, Gijon; © Jean-Yves Baugnée, det Erik van Nieukerken

Ectoedemia erythrogenella mine

Rubus spec., Spain, prov. Asturias, Gijon; © Jean-Yves Baugnée, det Erik van Nieukerken

mijn Mijn begint met een bol, zwart, bovenzijdig eischaaltje, naast de hoofdnerf of een dikke zijnerf. Het begin van de gang volgt een eindweegs de nerf, maakt vaak een haarspeldbocht. Dit eerste deel van de gang grotendeels gevuld met frass. Latere deel van de gang gaat plotseling over in een langgerekte blaas met verspreide zwarte frass. Meestal is de wijde omgeving van de mijn diep wijnrood gekleurd, waardoor de mijnen sterk opvallen.

mine Egg at the upperside of the leaf, next to a major vein. The first part of the mine is a narrow corridor, largely filled with frass, following a vein now and then making a hairpin turn. The corridor widens into an elongate blotch with dispersed black frass in the base or along the sides. Generally the leaf around the mine is intensely coloured wine red over a large area, making the mines very conspicuous.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monophagous

Rubus caesius, dumetorum, fruticosus, idaeus, nemorosus, sanguineus, ulmifolius.

Van Nieukerken ea (2010a) benadrukken dat alleen wintergroen bramen tot de waardplanten kunnen behoren, en noemen als zodanig uitsluitend R. sanguineus (sanctus) en ulmifolius.

Van Nieukerken ao (2010a) stress that only evergreen brambles can occur as hostplants, and mention as such exclusively R. sanguineus (sanctus) and ulmifolius.

fenologie Univoltien; larven van september tot december, maar in meer zuidelijke gebieden tot in april, soms nog later (van Nieukerken, 1985a).

phenology Univoltine; larvae from September till December, but more to the south untill April, sometimes even later (van Nieukerken, 1985a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van de kust van Zuid-Engeland en West-Frankrijk tot Iberia, Corsica, Sardinië, Sicilië, Griekenland en Cyprus.

distribution within Europe From the coast of southern England and western France to Iberia, Corsica, Sardinia, Sicily, Greece, and Cyprus.

larve Vuilgrijs (jonge larve meer gelig), kop donkerbruin. Ganglia opvallend. Larve ruggelings in de mijn. De larve wordt beschreven door Gustafsson & van Nieukerken (1990a).

Emmet (1974c, 1985a) schrijft dat de jonge larve ventrale platen heeft. Dat moet een foutieve interpretatie zijn: ventrale platen ontbreken bij deze soort (Gustafsson & van Nieukerken; 1990a; van Nieukerken 1985a en in litt.).

larva Dirty grey (young larvae more yellowish), head dark brown. Ganglia conspicuous. Larva lies venter upwards in the mine. The larva is described by Gustafsson & van Nieukerken (1990a).

Emmet (1974c, 1985a) writes that the young larva has dark ventral plates. This must be a misinterpretation: ventral plates are absent in this species (Gustafsson & van Nieukerken; 1990a; van Nieukerken 1985a and in litt.).

synoniemen Nepticula, Stigmella erythrogenella.

synonyms Nepticula, Stigmella erythrogenella.

opmerkingen Emmet vermoedt dat het optreden van de soort in Zuid-Engeland van betrekkelijk recente datum is, na introductie vanuit NW Frankrijk.

notes Emmet supposes that the occurrence of the species in South England is a relatively recent phenomenon, after introduction from NW France.

literatuur

references

Emmet (1974c, 1975a, 1983a), Gustafsson (1981a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1957a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1940a), A & A Laštuvka (1997a, 2008a), Maček (1999a), van Nieukerken (1985a, 1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a, 2010), Skala (1939a), Triberti & Braggio (2011a).

18/10/2014