Ectoedemia gilvipennella (Klimesch, 1946)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ei boven- of onderzijdig (Klimesch, 1046b) of alleen bovenzijdig (van Nieukerken, 1985a), vaak op of dichtbij een nerf. De mijn is een geleidelijk weinig breder wordende, sterk gekronkelde gang, die in een klein oppervlak is samengefrommeld. Frass bruin, verspreid, de gang bijna vullend.

mine Egg at upper- or underside (Klimesch, 1046b) or only upperside (van Nieukerken, 1985a), often on or near a vein. The mine is a gradually little widening corridor, strongly contorted and crumpled into a small surface. Frass brown, dispersed, almost filling the corridor.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus cerris, trojana.

Van Nieukerken ea (2010a) noemen uitsluitend Q. cerris.

Van Nieukerken ao (2010a) refer to Q. cerris only.

fenologie Univoltien; larven van laat october tot laat november, in het al sterk verkleurde blad.

phenology Univoltine; larvae from late october until late November, in already strongly discoloured leaves.

verspreiding binnen Europa Van Tsjechië en Slowakijë tot Italië en Griekenland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Czechia and Slovakia to Italy and Greece (Fauna Europaea, 2009).

larve Licht smaragdgroen; kop lichtgeel; ganglia onzichtbaar; geen ventrale platen.

larva Light emerald green; head light yellow;l ganglia invisible; no ventral plates.

synoniemen Stigmella gilvipennella.

synonyms Stigmella gilvipennella.

literatuur

references

Klimesch (1946b), A & Z Laštuvka (1997a, 2005a), Z & A Laštuvka (1998a), Z Laštůvka, A Laštůvka, Liška, Marek, Skyva & Vávra (1992a), van Nieukerken (1985a, 1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2010a), Szőcs (1968a, 1977a).

24/10/2014