mijn Ei aan de onderzijde, tegen een nerf of de bladrand. De mijn begint als een sterk gekronkeld gangetje, in een klein oppervlak opgefrommeld, dat zonder overgang overgaat in een langgerekte blaas. Het gangetje is vrijwel geheel gevult met onderbroken frass; in de blaas ligt frass langs de zijden. Verpopping buiten de mijn.
mine Egg at the underside, against a vein or the leaf margin. The mine begins as a short, highly contorted corridor, crammed in a small space, that abruptly widens into an elongate blotch. The corridor is almost completely filled with frass; in the blotch the frass lies in two stripes along the sides. Pupation external.
waardplanten: Fagaceae, monofaag
hostplants: Fagaceae, monophagous
Quercus petraea.
Verlaten mijnen, waarschijnlijk van deze soort, zijn ook gevonden op Q. robur.
Vacated mines, probably of the same species, have been found on Q. robur.
fenologie Larven van begin augustus tot begin september.
phenology Larvae from the beginning of August to early September.
BENELUX
Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).
BENELUX
Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2010).
verspreiding binnen Europa Zuid-Engeland (Devon).
distribution within Europe Southern England (Devon).
larve Groen
larva Green
opmerkingen De meeste mijnen op zaailingen en jonge boompjes, ook wel op lage takken, altijd in de schaduw.
notes Most mines on seedling or saplings, also on low branches, always in the shade.
literatuur
references
van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2010a).
modif. 20.i.2010