Ectoedemia intimella (Zeller, 1848)

Lepidoptera, Nepticulidae

Salix dasyclados, Nederhorst den Berg

Ectoedemia intimella mine

Salix dasyclados, Nederhorst den Berg

zelfde mijn, detail

Ectoedemia intimella mine

same mine, detail

Salix caprea: hier is de larve vanuit de hoofdnerf een zijnerf binnengegaan, alvorens aan de blaas te beginnen; © Jan Scheffers

Salix caprea: here the larva has moved from the midrib into a side vein, before entering the leaf disc; © Jan Scheffers

mijn Het ei ligt bovenop de hoofdnerf (zelden een dikke zijnerf), meestal ca een cm onder het zichtbare begin van de mijn, en gewoonlijk niet ver van de bladbasis. De larve mineert aanvankelijk de hoofdnerf (op de tweede © van boven is het donkere, rechter, deel van de hoofdnerf uitgehold). Pas in het laatste stadium verlaat hij de hoofdnerf en maakt een driehoekige blaasmijn, tegen de hoofdnerf aan. Wanneer de larve nog niet al te groot is trekt hij zich tijdens eetpauzes in de hoofdnerf terug. Mede door deze bewegingen ligt de frass meestal in twee banden in een V-patroon, parallel aan de zijden van de blaas. De mijnen bevinden zich vaak in vergeelde, soms al afgevallen bladeren, in groene eilanden.

mine The egg lies on top of the midrib (rarely a thick lateral vein), mostly c. one cm below the visible part of the mine, generally not far from the base of the leaf. The larve at first hollows the midrib (on the second picture from the top the far right, darkened, part of the midrib has been mined out). Only in its last stage the larva leaves the midrib and makes a triangular blotch, adjacent to the midrib. When the larva isn't yet too large it retreats into the midrib during feeding pauses. Partly caused by these movements the frass usually lies in two stripes in a V-pattern, parallel to the sides of the blotch. The mines often are found in yellowed leaves in green islands, often in already fallen leaves.

waardplanten: Salicaceae, monofaag

hostplants: Salicaceae, monophagous

Salix aurita, babylonica, caprea, cinerea, dasyclados, fragilis, pentandra, phylicifolia, viminalis.

De vermelding van Populus door Szőcs (1977a) en Delplanque (1998a) berust waarschijnlijk op verwarring met E. hannoverella of een verwante soort, die mineert vanuit de bladsteel. Recentelijk is echter in Finland een populatie van intimella gevonden die inderdaad leeft op Populus candicans (van Nieukerken, A & Z Lastukva, 2010a).

The refence to Populus by Szőcs (1977a) and Delplanque (1998a) probably is due to confusion with a species like E. hannoverella, that mines the petiole. Recently, however, a poplation of intimella has been found in Finland that does live on Populus candicans (van Nieukerken, A & Z Lastukva, 2010a).

fenologie Larven van september tot november; één genertie (van Nieukerken, A & Z Laštuvka, 2010a).

phenology Larvae from September till November; univoltine (van Nieukerken, A & Z Laštuvka, 2010a) .

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Europa, uitgezonderd het Balkan-schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009; A & Z Laštuvka, 2008a).

distribution within Europe Europe, except the Balkan Peninsula and the Mediterranean Islands (Fauna Europaea, 2009; A & Z Laštuvka, 2008a).

synoniemen Nepticula intimella.

synonyms Nepticula intimella.

opmerkingen Bij materiaal uit Nederhorst de Berg was het begin van de mijn anders dan in de literatuur vermeld. Het ei lag onderzijdig, soms tegen de hoofdnerf aan, soms 1-2 mm daarvan verwijderd. In het laatste geval liep er een kort gangetje naar de hoofdnerf. In een populatie in het Amsterdamse Bos werden de eieren bovenzijdige, enkele mm verwijderd van de hoofdnerf, afgezet.

notes In material from Nederhorst de Berg the early mine differed from the standard description. The egg was lower-surface, sometimes against the midrib, sometimes 1-2 removed. In the latter case a short corridor was running towards the midrib. In a population in the Amsterdamse Bos the eggs were deposited upper-surface, but again a few mm removed from the midrib.

Salix dasyclados, Nederhorst den Berg: twee gangetjes

Salix dasyclados, Nederhorst den Berg: two corridors

ei

egg

literatuur

references

Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1937a), J Černý (2001a), Delplanque (1998a), Emmet (1971a, 1983a), Gielis, Huisman, Kuchlein, van Nieukerken, van der Wolf & Wolschrijn (1985a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hering (1957a), Huisman ao (2009a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštuvka (1997a, 2008a), van Nieukerken (1985a, 1986a, 2006a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a, 2010a), Nowakowski (1954a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1939a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a, 1978a).

17/11/2014