Ectoedemia occultella (Linnaeus, 1767)

Lepidoptera, Nepticulidae

Betula pendula, Susteren

Ectoedemia occultella mine

Betula pendula, Susteren

Betula, Vogelenzang; ei

Betula, Vogelenzang; egg

mijn Ei gewoonlijk aan de blad-onderzijde. Rondachtige, vaak cirkelronde, primaire, bovenzijdige blaas zonder spoor van een begingang, vaak meer dan één in een blad. De mijn heeft een duidelijk donker centrum, waarin de larve zich vaak terugtrekt. Jonge mijnen bestaan alleen uit de zwarte kern, zonder de lichte zone eromheen (van Frankenhuyzen & de Vries, 1979a). Ook de frass is hier geconcentreerd: deze wordt dus niet, als bij Leucoptera malifoliella, in bogen rondom het centrum gedrapeeerd.

mine Egg usually at the underside of the leaf. The mine is a roundish, often almost circular, primary, upper-surface blotch without a trace of an initial corridor; often several mines in leaf. The mine has a conspicuous dark centre, where the larva often retreats. Young mines consist of only the dark centre, without the light periphery (van Frankenhuyzen & de Vries, 1979a). Also the frass is accumulated here; unlike in Leucoptera malifoliella, the frass is not draped in arcs around the centre.

waardplanten: Betulaceae, plm. monofaag

hostplants: Betulaceae, almost monophagous

Betula ermani, grossa, humilis, nana, obscura, pendula, pubescens.

In Finland zijn af en toe mijnen gevonden op Salix pentandra, maar deze zijn nog niet uitgekweekt (Johansson ea, 1990a; van Nieukerken ea, 2010a).

In Finland occasionally mines have been found on Salix pentandra, but not yet reared (Johansson ao, 1990a; van Nieukerken ao, 2010a).

fenologie Mijnen beginnen in juni, en volgroeide larven worden gevonden van augustus tot november, uiteindelijk in groene eilanden (Johansson ea, 1990a).

phenology Mines start their development in June, and full grown larvae can be found from August till November, tawards the end in green islands (Johansson ea, 1990a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Ellis, Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Ellis, Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Europa, uitgezonderd het Iberisch en het Balkan-Schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Europe, except the Iberian and Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Stigmella occultella; St. mediofasciella (Haworth, 1828); St. argentipedella (Zeller, 1839).

synonyms Stigmella occultella; St. mediofasciella (Haworth, 1828); St. argentipedella (Zeller, 1839).

literatuur

references

Ahr (1966a), Bachmaier (1965a), Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1935a, 1936a, 1964a), Buszko & Baraniak (1989a), J Černý (2001a), Corley, Marabuto & Pires (2007a), Embacher & Huemer (2008a), Emmet (1971a, 1983a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), van Frankenhyzen & de Vries (1979a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1927b, 1957a), Huber (1969a), Johansson ao (1990a), Kasy (1985a), Klimesch (1950c, 1958c), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kvičala (1938a), A & Z Laštuvka (1997a), Maček (1999a), van Nieukerken (1985a, 1986a, 2006a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a, 2010a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Nowakowski (1954a), Plóciennik, Pawlikiewicz & Jaworski (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1939a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1968a, 1977a), Viramo (1962a), Zoerner (1969a, 1970a).

17/11/2014