Ectoedemia rufifrontella (Caradja, 1920)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ei gewoonlijk op de onderzijde van het blad. Het eerste deel van de mijn is een gang die zo sterk gekronkeld is dat een secundaire blaas ontstaat, met veel, vaak onderbroken, bruine frass. Het latere deel is minder sterk gekronkeld; de frass ligt hier verspreid of in boogjes, en laat aan weerszijden een heldere zoom vrij. De mijn ligt vaak dichtbij de bladrand, en is op een klein oppervlak samengepakt.

mine Egg generally at the underside of the leaf. The first part of the mine is a corridor that is so strongly contorted as to form a secondary blotch, with much, often interrupted, brown frass. The later part is less strongly contorted; here the frass lies dispered or coiled, leaving a clear margin at either side. The mine often lies close to the leaf margin, and is compacted on a small surface.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus pubescens.

Zelden ook Q. petraea.

Occasionally also on Q. petraea.

fenologie Een generatie; larven van midden october tot november.

phenology Univoltine; larvae from mid October till November.

verspreiding binnen Europa Van Tsjechië en Slowakijë tot Zuid-Frankijk, Italië en Griekenland.

distribution within Europe From Czechia and Slovakia to southern France, Italy, and Greece.

larve Geel, kopkapsel bruin; ventrale platen aanwezig, bruin. De levende larve heeft een groenige tint.

larva Yellow, head capsule brown; ventral plates present, brown. The living larva has a greenish tinge.

opmerkingen Bezette mijnen kunnen gemakkelijk worden verward met die van E. quinquella en pubescivora, waarvan de jonge larven eveneens opvallende ventrale platen hebben. De larve van rufifrontella heeft echter een groenige tint en de frass is in het eerste deel van de mijn vaak onderbroken. De mijn van pubescivora volgt gewoonlijk de nervatuur (van Nieukerken ea, 2010a).

notes Occupied mines can easily be confused with those of E. quinquella and pubescivora, of which the young larva also has conspicuous ventral plates. However, the larva of rufifrontella has a greenish tinge, and in the first part of the mine the frass is frequently interupted. The mine of pubescivora usually follows the leaf venation (van Nieukerken ao, 2010a).

synoniemen Nepticula, Stigmella, Ectoedemia nigrosparsella Klimesch, 1940.

synonyms Nepticula, Stigmella, Ectoedemia nigrosparsella Klimesch, 1940.

literatuur

references

Hering (1957a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1940b, 1950c), A & Z Laštuvka (1997a), Z & A Laštuvka (1998a), van Nieukerken (1985a, 1986a, 1987a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a, 2010a), Szőcs (1977a).

13/01/2013