Ectoedemia spinosella (de Joannis, 1908)

Lepidoptera, Nepticulidae

Prunus spinosa, België, prov. Namen, Jemelle; © Jean-Yves Baugnée

Ectoedemia spinosella: mine on Prunus spinosa

Prunus spinosa, Belgium, prov. Namur, Jemelle; © Jean-Yves Baugnée

Prunus spinosa, België, prov. Namen, Chevetogne; © Jean-Yves Baugnée

Ectoedemia spinosella:  mine on Prunus spinosa

Prunus spinosa, Belgium, prov. Namur, Chevetogne; © Jean-Yves Baugnée

Prunus spinosa, Wrakelberg; leg Diersystematiek VU

Ectoedemia spinosella mine

Prunus spinosa, Wrakelberg; leg Diersystematiek VU

mijn Ei aan de bladonderzijde, meestal dichtbij de hoofdnerf. De mijn begint als een sterk gekronkelde gang, bijna geheel gevuld met roodachtige frass. De windingen liggen zo dicht opeen dat het haast een secundaire blaas wordt. Een volgend gedeelte van de gang is wat losser, en hier laat de frass heldere zomen vrij. Tenslotte gaat de gang over in een kleine langgerekte blaas, waar de frass geconcentreerd is in de overgang gang-blaas. De hele mijn is in een klein oppervlak samengeperst en de latere blaas overloopt vaak eerdere delen van de mijn.

mine Egg at the underside of the leaf, usually near the midrib, sometimes a side vein or the leaf margin. The first part of the mine is a narrow gallery, almost completely filled with reddish frass; the corridor is strongly contorted, almost forming a secondary blotch. The continuation is somewhat less contorted, and here the frass leaves clear margins. Finally the corridor widens into a rather small elongate blotch, where much of the copious frass is compacted in the basal section. The mine is compressed in a limited space, and the final blotch often obliterates earlier parts of the mine.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monophagous

Prunus cerasifera, domestica, dulcis, fruticosa, spinosa, webbii.

In centraal en noordelijk Europa is P. spinosa de enige waardplant (van Nieukerken, 1985a).

Vermeldingen van P. avium door Maček (1999a) en P. mahaleb door Drăghia (1967a) hebben mogelijk betrekking op Ectoedemia mahalebella.

In central and northern Europe is P. spinosa is the only hostplant (van Nieukerken, 1985a).

References to P. avium by Maček (1999a) and P. mahaleb by Drăghia (1967a) probably refer to Ectoedemia mahalebella.

fenologie Univoltien, larven van eind juli-eind october (Emmet, 1983a, van Nieukerken, 1985a).

phenology Univoltine; larvae from end July - end October (Emmet, 1983a, van Nieukerken, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (van Nieukerken, 2006a; Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (van Nieukerken, 2006a; Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Engeland, Duitsland en Centraal Rusland tot de Pyreneeën, Corsica, Italië en Griekenland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Britain, Germany, and Central Russia to the Pyrenees, Corsica, Italy, and Greece (Fauna Europaea, 2009).

larve Bleekwit. Beschreven door Gustafsson & van Nieukerken (1990a).

larva Pale white. Described by Gustafsson & van Nieukerken (1990a).

synoniemen Nepticula, Stigmella spinosella.

synonyms Nepticula, Stigmella spinosella.

literatuur

references

Buszko & Baraniak (1989a), J Černý (2001a), Drăghia (1967a, 1968a), Emmet (1970c, 1983a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Johansson ao (1990a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1936a, 1950c, 1958c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), ME & MA Kurz (2007a), A & Z Laštuvka (1997a), Maček (1999a), van Nieukerken (1985a, 1986a, 1993a, 2006a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a, 2010a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Sefrová (2005a), Skala (1939a), Steuer (1995a), Szőcs (1977a).

12/09/2013