Ectoedemia turbidella (Zeller, 1848)

Lepidoptera, Nepticulidae

Populus canescens, België, prov. Namen, Couvin, Mariembourg © Stéphane Claerebout

Ectoedemia turbidella: mine on Populus canescens

Populus canescens, Belgium, prov. Namur, Couvin, Mariembourg © Stéphane Claerebout

mijn in doorzicht met larve

Ectoedemia turbidella: mine on Populus canescens

mine with larva, lighted from behind

vergalde bladsteel

Ectoedemia turbidella: galled petiole on Populus canescens

galled petiole

mijn Het ei wordt afgezet op de bladsteel, ongeveer een cm onder de bladvoet; vaak aan elke kant een ei. De mijn begint ook in de bladsteel, die onder invloed daarvan plaatselijk opzwelt. Wanneer de larve de bladschijf bereikt begint hij aan de vorming van een langgerekt blaasmijntje tussen de bladrand en de eerste zijnerf of, minder vaak, tussen de hoofdnerf en de eerste zijnerf. Frass in twee banden, parallel aan de wanden van de mijn. Verpopping buiten de mijn.

mine The egg is placed on the petiole, about a cm below the base of the leaf; often one egg at either side. The larva first bores in the distal part of the petiole, that shows a local swelling. When the larva reaches the leaf it makes an elongate triangular blotch between the leaf margin and the first side vein, or, less frequently, between midrib and side vein. Frass in two bands, parallel to the sides of the mine, created by the passage of the larva when it retreates into the petiole. The larva mainly feeds at night. Pupation external.

waardplanten: Salicaceae, monofaag

hostplants: Salicaceae, monophagous

Populus alba, canescens.

Uitsluitend in de kleinere bladeren van oudere twijgen van zware bomen; nooit bij zaailingen (van Nieukerken, 1985a).

Only in the smaller leaves of older shoots of large trees, never on saplings (van Nieukerken, 1985a).

fenologie Larven in augustus in de bladstelen, vanaf midden september in de bladschijf; mijnen vaak in groene eilanden, ook in afgevallen bladeren (Hering, 1957a).

phenology Larve in the petioles in August, in the leaf mines from mid-September; mines often in green islands, also in fallen leaves (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Vrijwel heel Europa; ontbreekt in Ierland, Griekenland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Almost all Europe; not in Ireland, Greece, and the Mediterranean Islands (Fauna Europaea, 2009).

larve Wittig, ventrale platen afwezig; zie Gustafsson & van Nieukerken (1990a) voor een beschrijving.

larva Whitish, no ventral plates; see Gustafsson & van Nieukerken (1990a) for a description.

synoniemen Nepticula turbidella; Nepticula, Stigmella populialbae (Hering, 1935).

synonyms Nepticula turbidella; Nepticula, Stigmella populialbae (Hering, 1935).

opmerkingen De mijnen kunnen worden verward met die van Gypsonoma oppressana (Emmet, 1970b).

notes The mines may be confused with those of Gypsonoma oppressana (Emmet, 1970b).

literatuur

references

Bengtsson (2008a), Buhr (1935b), Buszko & Baraniak (1989a), Delplanque (1998a), Emmet (1970b, 1983a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1923a, 1935a, 1957a), Huber (1969a), Johansson ao (1990a), Kasy (1965a, 1983a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštuvka (1997a), Maček (1999a), Manning (1997a), van Nieukerken (1985a, 1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a, 2010a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Pelham-Clinton (1976a), De Prins (1998a), Redfern & Shirley (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1939a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a).

21/11/2013