Elachista apicipunctella Stainton, 1849

Lepidoptera, Elachistidae

mijn Zich verbredende gangmijn vanaf de top van het blad. De mijn is opvallend doordat de zijden zeer onregelmatig zijn uitgevreten. Bovendien is de mijn in doorzicht niet gelijkmatig transparant, maar veeleer geelgroen en vlekkerig doordat de larve plekken parenchym ongegeten laat staan, en ook niet voldiep eet. Frass in een paar onregelmatige onderbroken lengtelijntjes. Vaak 2-3 larven in een mijn. De larven overwinteren in het centrum van de mijn; na de winter verlaten ze de mijn voor de verpopping.

mine Corridor widening while descending from the tip of the leaf. The mine is unusual because the sides are very irregularly scalloped out. Moreover, the mine is not evenly transparant, but rather yellowish green and motly, because the larva leaves patches of parenchyma uneaten, and does not feed full depth. Frass in a few irregular, interrupted length lines. Often 2-3 larvae in a mine. The larvae hibernate in the centre of the mine; after winter they leave their mine and pupate.

waardplanten: Poaceae, Juncaceae, nauw polyfaag

hostplants: Poaceae, Juncaceae, narrowly polyphagous

Agrostis; Arrhenatherum elatius; Brachypodium sylvaticum; Calamagrostis arundinacea; Dactylis glomerata, glomerata subsp. aschersoniana; Deschampsia cespitosa; Elymus caninus; Festuca altissima, gigantea; Glyceria lithuanica; Holcus mollis; Melica nutans; Milium effusum; Poa nemoralis, remota.

Eénmaal gevonden op Luzula pilosa (Steuer, 1976a).

Found once on Luzula pilosa (Steuer, 1976a).

fenologie Larven vanaf october tot ongeveer april (Bland, 1996a; Steuer, 1976a; Traugott-Olsen & Schmidt-Nielsen, 1977a).

phenology Larvae from October till about April (Bland, 1996a; Steuer, 1976a; Traugott-Olsen & Schmidt-Nielsen, 1977a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Heel Europa, uitgezonderd het Iberisch Schiereiland en het Balkan-Schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe All Europe, except the Iberian and the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

larve De larve is beenkleurig. Pronotum en prosternum en anale plaat hebben chitineplaatjes van een kenmerkende vorm (Steuer, 1976a).

larva Bone coloured. Pronotum, prosternum and anal shield have chitin structures of a characteristic shape (Steuer, 1976a).

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Buszko (1990a), Buszko & Baraniak (1989b), Hering (1957a), Kaila, Mutanen, Saarela, Siloaho, Sippola & Tabell (2008a), Kuchlein & de Vos (1999a), Parenti & Varalda, (1994a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sønderup (1949a), Sruoga & Ivinskis (2005a), Steurer (1976a), Szőcs (1977a)m, Wörz (1957a).

07/12/2011