Elachista quadripunctella (Hübner, 1825)

Lepidoptera, Elachistidae

mijn De larve maakt vanaf de bladtop een grote langerekte, onderzijdige, epidermale blaasmijn. Op de onderepidermis wordt spinsel afgezet, waardoor deze samentrekt en een kenmerkende vouwmijn ontstaat met duidelijke lengteplooien. Daarna begint de larve te vreten aan het parenchym, zodat de aanvankelijk nog groene bovenzijde verandert in vlekkerig lichtgeel-groen. De bladtop met het bovenste deel van de mijn verschrompelt tot een smalle buis, en hierin wordt de frass gedeponeerd. De larve maakt verscheidene van zulke mijnen. Verpopping, heel ongewoon voor Elachista's, binnen in de mijn.

mine The larva makes, working from the leaf tip, a large, elongate, lower-surface epidermal blotch. Silk is deposited on the lower epidermis, causing it to contract; the end result is a typical tentiform mine with clear longitudinal folds. The larva then starts feeding on the parenchyma, which changes the initially green colour of the upperside into a mottled light yellow-green. The leaf tip with the upper part of the mine shrivels into a narrow tube, in which the larva deposits its frass. Several such mines are made. Pupation, very unusual for an Elachista, within the mine.

waardplanten: Cyperaceae, Juncaceae; nauw polyfaag

hostplants: Cyperaceae, Juncaceae; narrowly polyphagous

Carex flacca; Luzula luzuloides, pilosa, sylvatica.

fenologie Larven van eind september tot laat in het volgende voorjaar (Traugott-Olsen & Nielsen, 1977a); Buszko (1990a) vond larven in april.

phenology Larvae from end September to late in the following spring (Traugott-Olsen & Nielsen, 1977a); Buszko (1990a) found larvae in April.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Letland tot de Pyreneeën en Italië, en van Frankrijk tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Scandinavia and Latvia to the Pyrenees and Italy, and from France to Romania (Fauna Europaea, 2010).

larve Opvallend slank, tot 8 mm lang. Lichaam kleurloos, behalve door de darminhoud. Kop, pronotum, prosternum en anale plaat met zeer zwak gechitiniseerde sclerieten.

larva Very slender, up to 8 mm long. Body without colour, except for the gut contents. Head, and sclerites of pronotum, prosternum, and anal plate only weakly chitinised.

pop Zie Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa See Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Elachista quadrella (Hübner, 1905): Hering (1957).

synonyms Elachista quadrella (Hübner, 1905): Hering (1957).

literatuur

references

Baldizzone (2004a) , Buhr (1935b), Buszko (1990a), Hering (1957a), Huemer (1986b), Parenti & Varalda (1994a), Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Sruoga & Ivinskis (2005a), Starý (1930a), Steuer (1980a), Szőcs (1977a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a), Wörz (1957a).

08/02/2011