Glyphipterix fuscoviridella (Haworth, 1828)

Lepidoptera, Glyphipterigidae

mijn De larven leven primair als stengelboorder, maar af en toe maken ze een kort uitstapje in de basis van een bladschijf. Verpopping tussen de wortels.

mine The larvae primarily live as stem borers, but now and then a brief excursion into the base of a leaf. Pupation between the roots.

waardplanten: Juncaceae, monofaag

hostplants: Juncaceae, monophagous

Luzula campestris.

Het eventuele voorkomen op Festuca (Hering, 1957a) moet nader worden bevestigd.

The possible occurrence on Festuca (Hering, 1957a) needs further confirmation.

fenologie Larven in maart, april (Hering, 1957a).

phenology Larvae in March, April (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Engeland tot Iberia en Italië, en van Frankrijk tot Bulgarijë (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Britain to Iberia and Italy, and from France to Bulgaria (Fauna Europaea, 2010).

larve Lichaam zeer bleek rose bruin; pinacula klein. Kop glanzend honingkleurig. Prothoracale en anale plaat okerkleurig; bovendien drie plaatjes op abd-8 en één op abd-9 (Pelham-Clinton, 1985a).

larva Body very pale rose pink; pinacula small. Head shining amber. Prothoracic and anal plates ochre; moreover three plates on abd-8 and one on abd-9 (Pelham-Clinton, 1985a).

literatuur

references

Hering (1957a), Pelham-Clinton (1985a), Robbins (199a).

02/01/2013