Kessleria fasciapennella (Stainton, 1849)

Lepidoptera, Yponomeutidae

mijn De jonge larve maakt een lange onregelmatige, soms verbrede, gang in een van de onderste bladeren. Later leeft hij vrij in het hart van het rozet, waar een spinsel wordt gemaakt en waar de larve leeft in een witzijden buisje.

mine The young larva makes a long, irregular, sometimes widened gallery in one of the basal leaves. Later the larva live free in the hearth of the plant, where silk is deposited and where the larva lives in a white silken tube.

waardplanten: Celastraceae, monofaag

hostplants: Celastraceae, monophagous

Parnassia palustris.

fenologie Larven in juni-Juli (Agassiz, 1996a).

phenology Larvae in June, July (Agassiz, 1996a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2011).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2011).

larve Kop bruin; prothoracale plaat en poten gelig bruin; anale plaat lichtgrijs met een centrale min of meer rode vlek; lichaam licht roodachtig grijs, dorsaal roodbruin (Kyrki, 1985a).

larva Head brown; prothoracic plate and legs yellowish brown; anal plate light grey with a central reddish spot; body light reddish grey, dorsally reddish brown (Kyrki, 1985a).

pop Lichtbruin, later zwartig, in een witte cocon tussen strooisel. Kyrki (1985a) beeldt de pop af.

pupa Light brown, later blackish, in a white cocoon amongst litter. Kyrki (1985a) presents an illustration of the pupa.

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot het Iberisch schiereiland, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2011); boreomontane soort, tot 2000 m hoogte.

distribution within Europe From Fennoscandia to the Iberian peninsula, and from Britain to Poland (Fauna Europaea, 2011); boreomontane species, up to 2000 alt.

literatuur

references

Agassiz (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a), Huemer & Tarmann (1991a), Kyrki (1985a).

23/01/2013