Leucospilapteryx omissella (Stainton, 1848)

Lepidoptera, Gracillariidae

Artemisia vulgaris, Nieuwendam

Leucospilapteryx omissella mines

Artemisia vulgaris, Nieuwendam

Een enkel blad

Leucospilapteryx omissella mines

A single leaf

Voortdurend wordt in de mijn kriskras nieuw spinsel aangebracht, waardoor frasskorrels ten dele ingesponnen raken.

Continuously new silk is deposited criss-cross in the mine, partly wrapping up the frass grains.

mijn Bovenzijdige blaasmijn, met een duidelijk geeloranje tint (oude mijnen worden bruin). De larve zet aan de binnenkant van de mijn veel spinsel af, als gevolge waarvan de mijn opbolt (het opgeblazen uiterlijk en de meestal oranje tint onderscheidt de mijn meteen van die van Calycomyza artemisiae, op dezelfde waardplant). Aan de mijn vooraf gaat een lange gang in de onderepidermis, die langs een nerf of de bladrand loopt (maar door de sterk behaarde bladonderzijde bijna niet te vinden is). Tegen dat de larve volgroeid is vreet hij pleksgewijze ook bovenepidermis weg, waardoor de mijnen er pokdalig uit kunnen komen te zien. Zwarte frass in het centrum van de blaas. Verpopping buiten de mijn.

mine Upper surface blotch, with a conspicuous yellow-orange tinge (older mines turn brown). The larva lines the inside with much silk, causing the mine to pucker op strongly (the inflated surface and mostly orange tinge distinguish the mine easily from the one of Calycomyza artemisiae on the same host plant). The mine is preceded by a long lower-surface corridor, running along the midrib or the leaf margin (but practically invisible because of the densely hairy leaf underside). When the larva is almost full-grown is starts eating parts of the upper epidermis, giving the older mines a mottled appearance. Black frass in the centre of the mine. Pupation external.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Artemisia campestris, vulgaris.

Slechts zelden op A. campestris; ook op gekweekte Artemisia (Hering, 1957a).

Only rarely on A. campestris; also on cultivated Artemisia (Hering, 1957a).

fenologie Larven in juni-juli en augustus-september (Hering, 1930b; Emmet ea, 1985a).

phenology Larvae in June - July and August - September (Hering, 1930b; Emmet ao, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE Voor het eerst waargenomen in 1983 (Huisman ea, 1986a), nu plaatselijk algemeen, tot in het centrum van grote steden.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE First observation in 1983 (Huisman ao, 1986a), now locally common, even in the centre of major cities.

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Heel Europa, uitgezonderd Ierland en het Balkan-Schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Europe, excluding Ireland and the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1979a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Buszko (1992b), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Grandi (1931a, 1933a), Hartig (1939a), Hering (1930b, 1957a), Huisman & Koster (2000a), Huisman, Kuchlein, van Nieukerken ao (1986), Jaworski (2009a), Kasy (1965a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuroko (1961a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), Plóciennik, Pawlikiewicz & Jaworski (2011a), Robbins (1991a), Starý (1930a), Szőcs (1977a), Zoerner (1969a, 1970a).

27/03/2012