| home | inleiding | planten | mineerders | literatuur | termen | contact | map |
|
|
Voordat ze gaan overwinteren maken de larven een klein, voldiep blaasmijntje (Robbins, 1991a). Na de overwintering leven ze vrij onder een spinsel. Larve met kop, pronotum en anale plaat bruin; lichaam warmbruin met een oranje vlek op elk segment (Agassiz, 1996a). |
|
Larven mineren in het late najaar (Agassiz, 1996a). Niet zeldzaam; ook in België (De Prins, 1998a). |
|
waardplanten: Cotoneaster horizontalis; Crataegus; Sorbus aucuparia |
|
syn.: Paraswammerdamia lutarea (Haworth) |
|
8.vii.2002 |