Alnus glutinosa, Amsterdam, mijn: onderzijde, en in doorvallend licht
Alnus glutinosa, Amsterdam; mine from below, and seen lighted from behind
Alnus glutinosa, Tilburg; geopende mijn
Alnus glutinosa, Tilburg; opened mine
mijn Onderzijdige vouwmijn tussen twee zijnerven, vaak op ruime afstand van de hoofdnerf. De onderzijde heeft veel, zwakke plooitjes maar geen duidelijke vouwen. Vaak verscheidene mijnen in één blad. Pop in een witte cocon, is in een hoek van de mijn, vastgesponnen aan het dak van de mijn; de cocon is vrij van frass. Alle frass is verzameld in een klomp in de tegenoverliggende hoek van de mijn. Voor het uitkomen werkt de pop zich half naar buiten via de onderepidermis.
mine Lower-surface tentiform mine between two side veins, often at quite some distance from the midrib. Lower surface with many folds, all very weak. Often several mines in one leaf. Pupa in a white cocoon in an angle of the mine, attached to the roof. The cocoon is free from frass; all frass is heaped in an angle of the mine, opposite to the cocoon. Before ecdysis the pupa works itself half out of the mine through the lower epidermis.
waardplanten: Betulaceae, monofaag
hostplants: Betulaceae, monophagous
Alnus glutinosa, incana.
Een vermelding van Alnus viridis door Skala (1951a) heeft waarschijnlijk betrekking op Phyllonorycter alpina.
A reference to Alnus viridis by Skala (1951a) probably concerns Phyllonorycter alpina.
fenologie Larven in mei-juni en juli-augustus (van Frankenhuyzen & Freriks, 1976a); misschien de laatste jaren hierna nog een derde generatie (Scheffers, 2002a).
phenology Larvae in May - June and July - August (van Frankenhuyzen & Freriks, 1976a); perhaps these last year even a third generation (Scheffers, 2002a).
BENELUX
BE waargenomen (Phegea, 2009).
waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).
LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).
BENELUX
BE recorded (Phege, 2009).
waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).
LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).
verspreiding binnen Europa Geheel Europa, uitgezonderd Griekenland, misschien ook Spanje (Fauna Europaea, 2009).
distribution within Europe Entire Europe, except Greece, perhaps also Spain (Fauna Europaea, 2009).
synoniemenPhyllonorycter crocinella (Sorhagen, 1900) [Global taxonomic database of Gracillariidae, 2010]; Lithocolletis kleemannella. In overeenstemming met de Fauna Europaea (2010) is de vertrouwde spelling Phyllonorycter kleemannella
gewijzigd in Ph. klemannella.
synonyms Phyllonorycter crocinella (Sorhagen, 1900) [Global taxonomic database of Gracillariidae, 2010]; Lithocolletis kleemannella. In accordance with the Fauna Europaea (2010) the trusted spelling Phyllonorycter kleemannella
has been changed into Ph. klemannella.
opmerkingen De mijn is meestal kort en breed, maar kan ook vrij lang zijn, en lijkt dan sterk op die van Ph. froelichiella. In dergelijke gevallen is is de kleur van de larve of de bouw van het cremaster diagnostisch.
notes The mine generally is short and broad, but it may also be rahter long, and resemble then the mine of Ph. froelichiella. In such cases the colour of the larva, or the morphology of the cremaster, are diagnistic
literatuur
references
Ahr (1966a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935a, 1964a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Deschka (1970a), Deutschmann (2008a), Drăghia (1972a, 1974a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gregor & Patočka (2001a), Hering (1957a), Huemer & Erlebach (2003a), Jaworski (2009a), Kasy (1985a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Scheffers (2002a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a, 1978a), Tourlan (1980a).
15/11/2011