Betula pendula, Loonsche en Drunensche Duinen, resp. Rhenen; de pop heeft twee putjes bij de achterrand van meso- en metathorax (links); dit kenmerk wordt gedeeld met Ph. anderidae, maar ulmifoliella onderscheidt zich daarvan door de aanwezigheid van een paar naar buiten gerichte doorntjes op de buikzijde van achterlijfsegment 7 (Gregor & Patočka, 2001a).
Betula pendula, Loonsche en Drunensche Duinen, Rhenen, resp; the pupa has two pits at the rear margin of meso- and methathorax; this characrer is shared with Ph. anderidae, but ulmifoliella is distinguished by some outwards pointing spines ventrally on abd 7 (Gregor & Patočka, 2001a).
Betula pendula, Loonsche en Drunensche Duinen; cremaster; de bestekeling van de achterlijfssegmenten is vrij zwak en regelmatig (rechts).
Betula pendula, Loonsche en Drunensche Duinen; cremaster; the spinulation of the abdominal segments is rather weak and regular (right).
modif. 2.vii.2009