mijn Mijn aanvankelijke een gang met vertakkingen, later meer een langgerekte bovenzijdige blaas van bladvoet tot bladrand, uiteindelijk een groot deel van het blad beslaand. De frass is geconcentreerd in een deel van de mijn, en vormt daar een korst waaronder de zeer beweeglijke larve zich kan terugtrekken. Verpopping buiten de mijn, aan de onderzijde van het blad of in het strooisel.
mine Initially a branching corridor, later more an elongate upper-surface blotch from the leaf base tot the leaf margin, finally occupying a good part of the leaf. Most frass is deposited in one section of the mine, forming a crust below which the very agile larvae can retreat. Pupation external, at the underside of the leaf or in the litter.
waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag
hostplants: Asteraceae,narrowly oligophagous
fenologie Larven in augustus-september (Hering, 1957a), maar in Engeland in twee generaties, juli en october-november (Pelham-Clinton, 1989a; Bland ea, 2002a).
phenology Larvae in August - September (Hering, 1957a), but two generations occur in Britain, in July and October - November (Pelham-Clinton, 1989a; Bland ao, 2002a).
BENELUX
BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).
NE waargenomen (Huisman & Koster, 1998a; Microlepidoptera.nl, 2009).
LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).
BENELUX
BE not recorded (Fauna Europaea, 2009).
NE recorded (Huisman & Koster, 1998a; Microlepidoptera.nl, 2009).
LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).
verspreiding binnen Europa Van Engeland tot de Pyreneeën, Italië, Griekenland en de Ukraïne (Fauna Europaea, 2009).
distribution within Europe From Britain to the Pyrenees, Italy, Greece, and the Ukraïne (Fauna Europaea, 2009).
larve Appelgroen; kop en prothoracale plaat donkerbruin; volgroeide larve met rose-rode segmentgrenzen (Pelham-Clinton, 1989a).
larva Apple green; head and prothoracic plate dark brown; full-grown larva with rose-red segment limits (Pelham-Clinton, 1989a).
synoniemen Gnorimoschema tussilaginellum; Lita, Scrobipalpa tussilaginella (von Heinemann, 1870).
synonyms Gnorimoschema tussilaginellum; Lita, Scrobipalpa tussilaginella (von Heinemann, 1870).
opmerkingen Heeft een voorkeur voor de kleine bladeren, vlak boven de grond, van planten die op naakte zand- of kleibodem staan (Bland ea, 2002a).
notes Preference for small leaves, just above the ground, of plants growing on bare sand or clay (Bland ao, 2002a).
literatuur
references
Bland, Heckford & Langmaid (200a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Hering (1957a), Huemer & Karsholt (1998a, 2010a), Huisman & Koster (1998a), Klimesch (1950c, 1958a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Pelham-Clinton (1989a), Skala (1951a), Skala (1950a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a), Wieser & Huemer (1999a).
25/07/2011