mijn De jonge larve maakt een voldiepe brede gangmijn van 3-5 mm lang, met onregelmatige uitbochtingen, die meestal bij de hoofdnerf van het deelblaadje begint; oudere larven mineren ook nog, maar vanuit een spinsel waarmee de blaadjes aan elkaar of aan de blad-as worden vastgehecht.
mine The young larva makes a full depth broad corridor of about 3-5 mm with irregular lateral expansions, mostly radiation from the midrib of the leaflet. Older larvae mine from leavelets that have been spun together or have been attached to the leaf axis.
waardplanten: Fabaceae, oligofaag
hostplants: Fabaceae, oligophagous
Astragalus glycyphyllos; Coronilla varia; Cytisus scoparius; Dorycnium; Genista germanica, tinctoria; Ornithopus.
fenologie Larven in mei, en augustus-september (Hering, 1957a).
phenology Larvae in May, and August - September (Hering, 1957a).
BENELUX
Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).
BENELUX
Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).
verspreiding binnen Europa Ten zuiden van de lijn Duitsland - Ukraïne, maar lijkt te ontbreken in het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).
distribution within Europe South of the line Germany - Ukraine, but seems to be missing in the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).
larve Vuilgeel-wit, met 6 roodachtige lengtelijnen.
larva Dirty yelow-white, with 6 reddish length lines.
synoniemen Anacampsis, Aproaerema cincticulella. In het verleden veel verward met S. vinella.
synonyms Anacampsis, Aproaerema cincticulella. In the past often confused with S. vinella
literatuur
references
Baran (2001a), Bland, Heckford & Langmaid (2002a), Buhr (1935b, 1964a), Chrétien (1927a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Hering (1957a), Klimesch (1958a), Skala (1950a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a).
29/07/2011