1a mijn grotendeels bovenop de hoofdnerf => 2
1b gangmijn die vrij door het blad loopt => 3
2a mijn met aan weerszijden van de hoofdnerf blazige uitbreidingen; larve bij verstoring zeer beweeglijk, met poten en gechitiniseerde kop: Scrobipalpa acuminatella (het voorkomen op deze waardplant wordt betwijfeld)
2b mijn met gangvormige zijtakken; larve een trage made: Liriomyza strigta
3a gang interparenchymaal, geelgroen: Phytomyza spinaciae
3b gang boven- of oderzijdig, ondiep, wittig: Chromatomyia cf. syngenesiae
In het verleden werd in dit geslacht een groot aantal distelsoorten ondergebracht, die tegenwoordig tot verscheide andere geslachten worden gerekend, in het bijzonder Cirsium.
1a most of the mine overlying the midrib => 2
1b corridor that winds freely through the leaf => 3
2a mine at either side of the midrib with broad blotch-like expansions; larva very active on disturbance, with feet and chitinised head: Scrobipalpa acuminatella (the occurrence on this hostplant is doubted)
2b mine with slender pinnate side branches; larva a sluggish maggot: Liriomyza strigta
3a corridor interparenchymatous, yellow-green: Phytomyza spinaciae
3b corridor upper- or lower-surface, shallow, whitish: Chromatomyia cf. syngenesiae
In the past a considerable number of thistle species were classified in this genus, that presently are atrributed to a number of different genera, in particular Cirsium.
modif. 24.iv.2009