1a voldiepe onregelmatige blaasmijn zonder begingang; oudere larven leven tussen samengesponnen bladeren => 2
1b grote blaasmijn, voorafgegaan door smalle begingang (die wordt vaak overlopen, maar is dan in doorzicht aan het frasspatroon nog te herkennen) => 3
2a larve: kop vrijwel eenkleurig lichtbruin: Prochoreutis mylleriana
2b achterrand van de kop met een bruine tekeming in de vorm van een w: Prochoreutis sehestediana
3a in de begingang vormt de frass een brede groene middenband, met zeer fijne korreltjes langs de randen: Amauromyza labiatarum
3b frass in de gang als zwarte korrels of draadstukjes => 4
4a frass in de hele begingang in duidelijke draadstukjes, aan weerszijden langs de wand: Amauromyza lamii
4b frass in de begingang in kortere, slordig liggende draadstukjes; tegen het einde van de gang meer in korrels: Amauromyza morionella
Pakalniskis (1998c) vond op Scutellaria galericulata twee evidente gangmijnen van Ophiomyia labiatarum Hering. Deze soort leeft gewoonlijk als een stengelboorder.
1a full depth irregular blotch without initial corridor; larvae later live between spun leaves => 2
1b large blotch, preceded by a long narrow corridor (often overrun by the later blotch, but in transaparancy recognisable in the frass pattern) => 3
2a larva: head almost uniformly pale brown: Prochoreutis mylleriana
2b rear margin of head with a brown mark in the shape of a w: Prochoreutis sehestediana
3a frass in the corridor part in a broad green central band, with tiny black granules at either side: Amauromyza labiatarum
3b frass in the corridor in black grains or thread fragments => 4
4a frass in the entire corridor as neat thread fragments, alternating along the sides: Amauromyza lamii
4b frass in the corridor in shorter, untidily arranged thread fragments; towards the end more in grains: Amauromyza morionella
Pakalniskis (1998c) reported from Scutellaria galericulata two evident leaf mines of Ophiomyia labiatarum Hering. This species normally lives as a stem borer.
modif. 2.viii.2009